Spring naar inhoud

Dwergkeeshond of Pomeranian: één hond, twee namen

Wie zich verdiept in de dwergkees, botst al snel op een wirwar van namen. Dwergkeeshond, Pomeranian, dwergspitz, Pommer: het gaat telkens om hetzelfde kleine pluizenbolletje. Toch leidt die naamsverwarring vaak tot vragen. Waar komen al die benamingen vandaan, en hoe verhoudt de dwergkeeshond zich tot de grotere keeshond?

Een familie van spitzen

De dwergkeeshond is de kleinste telg van de Duitse spitzen. Die familie loopt van groot naar klein: de wolfsspitz, in Nederland en België beter bekend als de keeshond, daarna de grootspitz, de middenslagspitz, de kleinspitz en helemaal onderaan de dwergspitz. Ze delen allemaal hetzelfde vossensnuitje, de rechtopstaande oortjes en de volle kraag rond de hals. Het formaat maakt het verschil. Een dwergspitz blijft volgens de rasstandaard rond de twintig centimeter schofthoogte, terwijl een volwassen keeshond ruim het dubbele haalt.

Waar komt de naam Pomeranian vandaan?

Pomeranian verwijst naar Pommeren, een streek aan de Oostzee die nu over Duitsland en Polen verdeeld ligt. Daar werden de grotere spitzen in de loop van de tijd steeds kleiner gefokt, tot het handzame gezelschapshondje van vandaag. In de negentiende eeuw raakte dat kleine type in Engeland in de mode, mede dankzij koningin Victoria, die zelf kleine exemplaren hield. De Engelse naam Pomeranian bleef sindsdien hangen, ook ver buiten Engeland.

En de naam dwergkeeshond?

Dwergkeeshond is de Nederlandstalige bijnaam. Kees en keeshond staan hier voor de spitz, en dwerg wijst gewoon op het kleine formaat. Het gaat dus niet om een apart ras, maar om onze manier om de dwergspitz of Pomeranian aan te duiden. In de stamboeken en bij de FCI staat de hond ingeschreven als Duitse spitz, variëteit dwergspitz, met Pomeranian als internationale naam. Meer over zijn aard lees je in het karakter van een dwergkees.

Eén hondje, veel namen

Of je nu dwergkeeshond, dwergspitz, Pommer of Pomeranian zegt, je hebt het over dezelfde levendige hond met een groot karakter in een klein jasje. De ene naam klinkt wat formeler, de andere wat alledaagser, maar erachter zit telkens hetzelfde vrolijke ras. Wie een pup zoekt, hoeft zich door al die namen dus niet te laten misleiden.